Op de motor door de stad

Veilig op de motor door de stad in 5 tips

Het stadsverkeer is een jungle en veilig motorrijden kan er soms een uitdaging zijn. Gehaaste automobilisten, onoplettende voetgangers en fietsers die het niet altijd nauw nemen met de verkeersregels vechten er voor hun plekje op de weg. En daar sta je dan op je stalen ros … Wij helpen je vooruit met deze vijf tips. 

 

Tip 1 - Ken je manoeuvres!

 

Rijden in de stad is vaak hectisch door de aanwezigheid van veel andere weggebruikers. Zelfs de meest koelbloedige rijder kan in paniek slaan als er tien man staat te kijken hoe hij een krap manoeuvre uitvoert. Je zorgt er dus maar beter voor dat uitdagingen zoals een strakke U-bocht, achterwaarts parkeren of een hoge borduur op- of afrijden vlot gaan. Oefening baart kunst, dus zorg dat je je manoeuvres met zelfvertrouwen kan uitvoeren. Laat je nooit onder druk zetten door toeterende automobilisten want een foutje is zo gebeurd. Ook bij ervaren rijders.

 

Tip 2 - Voetje op de achterrem

 

Veel motorrijders vertrouwen volledig op hun voorrem. Logisch ook, want die biedt de meeste remkracht. Aan hoge snelheid dient de achterrem louter om stabiliteit te bieden bij het remmen. 

 

Net bij lage snelheden (zoals in het stadsverkeer) is die balans extra belangrijk. Leer je achterrem dus controleren, want ze komt van pas bij elke trage rijbeweging die je wil maken. Je elimineert trouwens deels het risico van een paniekstop met je voorrem, wat meestal eindigt in klunzig omvallen. Let wel op: het is niet de bedoeling dat je achterwiel aan het glijden gaat of dat je ABS in werking treedt. Als dat toch gebeurt, dan heb je teveel gevraagd van de rem.

 

Tip 3 - Controleer eerst je koppeling, dan pas je gashendel

 

Herinner je je eerste les op de rijschool nog? Veel kans dat koppelingscontrole op het menu stond. Veel rijders vergeten het misschien, maar om je motor te doen accelereren is je koppelingshendel even belangrijk als de gashendel. Het spreekt dus voor zich dat je er goed mee overweg moet kunnen. Zeker bij bokkige karaktermotoren kan een vinger op de koppeling de rijdynamiek aan lage snelheden verbeteren. En ook tijdens het ‘filefilteren’ kan je maar best klaarstaan om je koppeling in te trekken als je plots moet remmen of traag manoeuvreren. Dat ‘trage rijden’ op het rijexamen is niet voor niets een gevreesde proef …

 

Tip 4 - Lees de weg (en de wegherstellingen)

 

Rijden in de stad betekent vaak ook rijden op een wirwar van asfalt, beton, kasseien, klinkers, tramsporen, putdeksels en 101 bric-à-brac wegherstellingen. Zeker in gladde omstandigheden loont het om de weg zorgvuldig te lezen en steeds opnieuw je ideale plek op de rijbaan te kiezen. Hou daarbij uiteraard steeds rekening met andere weggebruikers en vooral met jouw zichtbaarheid tegenover die andere verkeersdeelnemers. Pas steeds je snelheid aan, zowel aan de ondergrond als aan de omstandigheden.

Tip 5 - Parkeren, een vergeten kunst

 

Bestemming bereikt? Dan is het tijd om een veilig plekje uit te zoeken voor je motorfiets. En laat parkeren - of liever: het gebrek aan parkeerstress met de auto en dure parkeerbonnen - nu net een topreden zijn om met de motor naar de stad te komen. Ja, je mag met de motor op een autoplek parkeren, maar indien het een betalende plaats is, dien je net zo goed een parkeerticket te nemen. Die moet je uiteraard niet bij je motorfiets achterlaten, maar je moet hem kunnen voorleggen, mocht een parkeerwachter je een retributie geven. Beter parkeer je dus gratis op het trottoir. Dat mag, zolang je er maar voor zorgt dat er een doorgang van minstens 1,5m is en je geen privé-eigendommen blokkeert.